maandag 19 november 2007

In de trein

-Dames en heren, houdt u flink. We naderen station De Vink!
Mijn treinmachinist was zijn passagiers al de hele reis aan het irriteren door slechte rijmpjes om te roepen. Niettemin klonk er wat gegniffel vanuit de coupé. Twee dames, op een wat hogere leeftijd waren duidelijk gecharmeerd van de omroeper.
-Och, kijk, zie je dat. Daar gaat een sprinter. Hoe ze die dingen tegenwoordig toch noemen, he.
Gebiologeerd keken ze uit het raam. Degene die net sprak had wit haar en een vrij lage stem. De ander, die tegenover de eerste zat had ook wit haar, maar een hoge stem.
-Ja, maar zitten wij dan wel in de goeie trein?
-Ik weet het niet, misschien was die andere toch wel sneller geweest. Maar ja, ik wist het niet zeker, en we durfden het niet aan. Och, maar maak je geen zorgen, we komen heus thuis.
-Ik zou het wel fijn vinden weer thuis te zijn. Het was een enige dag, hoor. Begrijp me juist.
-Nee, ik snap het. Afijn, we komen heus thuis. Ik ben in ieder geval altijd thuisgekomen. Het maakt zelfs niet uit welke trein je neemt.
Ik zat in een depri-trein. Niet vanwege de machinist. Niet vanwege de huisbakken moraal van de oudjes. Niet omdat de trein een neppe sprinter was. Maar vanwege het feit dat de trein drie tonen onregelmatig in ritme met interval van een kleine terts voortbracht, dat je er gek van werd. e-diiiiis-e-cis-eeeeeee-cis-eeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeenz.
Zoals de treinmachinist mij had aangeraden: Ik hield mij flink.
-Zie, we zijn al een stuk opgeschoten, alweer in Voorschoten!
Daar was die ondeugende stem weer. Het bejaarde koppel lachte in hun vuistjes.
-O. Over mijn kinderen. Heb jij dat nou ook, dat ze nooit tijd hebben even langs te komen?
-Nee, verschrikkelijk, he? Je moet ze echt een traktatie geven, willen ze komen. Dan ben je nóg geld aan ze kwijt. Zoals afgelopen weekend. Wel 15 euro aan eten voor die kleinkinderen. Eerst weer een ijsje, dan weer snoep, dan weer dit en dat. Kinderen kunnen zeuren, zeg.
-Zeg dat.
Aan mijn grote teen voelde ik de bui al hangen; Vroeger was natuurlijk alles anders. Maar daar ik mij toch al in mineurachtige sfeer bevond, leek het me een goed moment om net als de oudjes lekker melancholiek te doen. Even ergens anders, op vakantie ofzo, even wegdromen. Een bed, een strand met palmbomen, roomservice...
-O. Maar wat jij net zei over die bus. Dat is inderdaad waar. Hij was zo leeg, het leek wel een hotel.
-Vast een presentje van de receptie, haha.
-Nou, zoals je het zegt.
Ik werd wakker geschud door de trein die weer begon te rijden. Hierbij maakte de trein een opstartgeluid, alsof de Enterprise of Voyager aan het bijkomen was van een aanval op hun krachtveld. Dit geluid maakte samen met de drietonige mineurtoonladder een perfecte combinatie. Futuristische melancholie noem je dat.
Ik vroeg me af wat het volgende rijmpje zou zijn.
-Maar, je zei dat je witlof ging koken.
-Oja, maar dat doe ik op een heel aparte manier. (-O?) Ja, gut, zo spectaculair is het nu ook weer niet hoor. Je kookt ze dus, maar vlak voordat ze klaar zijn haal ik ze er uit.
-Oja?
-Ja, maar je moet er wel de ganse tijd bij blijven, hoor. Dat doe ik altijd. Ik blijf er altijd bij. Je kan niet zoma..-Och, kijk, zie je dat. De Bewoonde Wereld. Nuja, Onze Bewoonde Wereld. Daar komen we nu aan.
-O. Goddank. Een last valt van me af.
Voor mij idem. Ik voelde aan wat zou gaan komen.
-Hier zullen we niet voorbijzoefen: Dit is namelijk Mariahoeve!
Goddank, dacht ik.

Geen opmerkingen: