zaterdag 17 november 2007

Pendelaar

Een schare rode strijdkrachten verjaagt de donkerte. Het gevecht is gevochten, en het rode leger, aanhoudend gevoed met manschappen, scheen de overmacht. De aanval is het vernuft van de zon. Want pas als alles veilig is, pas als overal de bodes haar komst hebben aangekondigd, stijgt ze majestueus op. Niet haastig of moe, maar gedragen en pakkend. Ze draagt een jurk en sieraden, en alleen haar vorm hoeft geen geheim te zijn. Kijk niet verder dan de uiterlijke schijn; Ze zal je voorgoed verblinden!
Het zijn de troostende momenten van de dag; Als een zacht zadel op een fiets. Het windscherm bij de tramhalte. In de coupé het bedarende geknisper van krantjes. Nee, wanneer in de koudte op het treinperron men, diep in de kleren gestoken, rillend staat te pinguingen, en het oranje warme zonneschijn door het natte perron wordt gereflecteerd, dan is de dag op zijn mooist.
Enkel die korte uren van het reizen geven dit beeld. Die momenten van pendelen tussen fantasie en werkelijkheid.
Het is 07:06.

Geen opmerkingen: